Patella Luxatie
Patella Luxatie
Een ernstige Patella Luxatie kan vaak uiterlijk erkend worden doordat het been niet in een mooie rechte lijn staat. Meestal staan zowel onder- als bovenbeen iets gedraaid. De honden lopen met O-benen. Bij een Patella Luxatie is het belangrijk om een goede spierkracht te ontwikkelen. Deze spierkracht kan namelijk de knieschijf op de plaats houden. Evenwel zal een hond met een ernstige afwijking niet normaal kunnen staan en zich vaak met een roeibeweging van de achterpoten voortbewegen. Patella luxatie kan zowel eenzijdig als tweezijdig voorkomen.
De Patella is de knieschijf; een benige schijf die in de pees van een grote spier, de Musculla quadroceps femoris, ligt. Deze spier loopt voor over het dijbeen en het kniegewricht en hecht zich aan het scheenbeen vast. Hij heeft voornamelijk tot taak het strekken van het kniegewricht. Daarbij speelt de knieschijf een grote rol doordat hij op en neer schuift in een groeve voor op het dijbeen, want daardoor wordt de pees op de goed plaats gehouden. Is de groeve te ondiep dan kan de knieschijf gemakkelijk "uit de rails lopen" en de pees schiet dan bijna altijd naar de kant van het lichaam toe. Dit gebrek toont zich meestal voor het eerst op een leeftijd van 4 tot 6 maanden. Het komt bij teefjes vaker voor dan bij reuen, waardoor men denkt dat toch ook een hormonale achtergrond aanwezig is.
Wanneer de knieschijf uit zijn groeve geschoten is, zien we vaak dat het been op een karakteristieke manier omhoog wordt gehouden. Dit is tijdelijk; als de Patella weer op zijn plaats komt, is de zaak meestal weer in orde. Het 'wegschieten' van de knieschijf gebeurt meestal als de hond zijn knie in een rechte stand heeft. Als het boven- en onderbeen in een kleinere hoek ten opzichte van elkaar staan, staat er meer spanning op de kniebanden en zal de knieschijf zich moeizamer kunnen bewegen in een afwijkende stand.
Er komen verschillende gradaties voor in de luxatie. We spreken daarbij van graad 1 tot en met 4. Een hond met een graad 4 Patella Luxatie heeft een ernstige afwijking waarbij de knieschijf zich regelmatig verplaatst. De ernstiger vormen van Patella Luxatie kunnen vervelende bjiwerkingen voor de hond hebben. Niet alleen zal hij veelvuldig geen gewicht op het betreffende been kunnen plaatsen, ook kan een beschadiging van het gewricht zelf optreden. Dit gebeurt meestal door woekeringen van het kraakbeen in de gewrichtsspleet.

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk om de Patella Luxatie onder de knie te krijgen. In minder ernstige gevallen wordt gewerkt met hechtdraad, waarmee als het ware een teugeltje door de pees en langs het bovenbeen aan de sesambeentjes worden gezet. Het teugeltje zorgt er dan voor dat de pees in de goede richting wordt getrokken.
Bij ernstiger vormen moeten we denken aan een behandeling van het uitdiepen van de groeve tot het verplaatsen van de crista tibiae. Na de behandelingen zijn de honden vrijwel altijd in staat een normaal en verder gezond leven te leiden.
Verreweg het meest komt Patella Luxatie voor bij dwergrassen, zoal Chihuahua's, Yorkshire terriers, Parson (Jack) Russell terriers en Dwergpoedels. Mogelijk is Patella Luxatie een soort verstoring in de onderlinge harmonie van de lichaamsdelen door verdwerging. Patella Luxatie is zoals gezegd, goed behandelbaar door een operatie. Honden met deze erfelijk bepaalde afwijking dienen echter van de fokkerij te worden uitgesloten, terwijl naaste verwanten beter niet voor de fokkerij gebruikt kunnen worden. De exacte wijze van oververerving is namelijk niet bekend, maar zal naar alle waarschijnlijkheid door meerdere factoren worden bepaald. Een gericht fokprogramma is nodig om het voorkomen van luxaties te beperken. Omgevingsfactoren als traplopen en springen hebben overigens geen invloed op het ontstaan van een Patella Luxatie.
.jpg)

















