Geschiedenis van de Parson Jack
Het is bekend (uit een hondenfossiel van zo’n 14000 jaar oud) dat de mens al zo’n 14-15000 jaar samenleeft met hondachtigen. Of de mens naar de wolf toe is gekomen of andersom zal altijd wel onzeker blijven. In die tijd leefde de mens in dezelfde omgeving als de wolf. Het kan zijn dat de mens een nestje wolvenpups heeft gevonden en heeft meegenomen. Het kan zijn dat een wolf of een uitgestoten dier zich bij een groep mensen heeft aangesloten. Wat in ieder geval zeker is, is dat ze beiden profijt van de situatie hadden. De mens had voordeel bij de jacht en bij het beschermen van hun schuilplaats en van hun kudde. De wolf had voordeel omdat hij altijd te eten kreeg. De wolf is een sociaal dier en leeft, net zoals de mens, in groepsverband met een sociale rangorde. De wolf accepteert een hogere in rang en zag de mens als zijn leider. Een wolf verwacht ook leiding en gaat muiten wanneer deze leiding niet duidelijk is. Dit maakte een wolf een aantrekkelijk gezelschapsdier. En zoals verwachtingen en eisen naar leden van een groep kunnen veranderen, veranderde ook de eisen die aan de wolf werden gesteld. Ook het uiterlijk van de wolf veranderde daardoor. In tegenstelling tot de vrije natuur (waarbij alleen de sterkste dieren overleven) bepaalde de mens met wie er gepaard werd.
De Alpha hond speelde in de selectie geen rol meer. Ook waar het ging om acceptatie van afwijkende vormen en kleuren binnen een roedel, was er bij de mens geen alpha teef die zo’n hond weg joeg. Een albino dier bijvoorbeeld wordt vaak door zijn soortgenoten verstoten, waardoor er ook nauwelijks een kans bestaat op nakomelingen. In de zoektocht naar het ontstaan van verschillende rassen is het aannemelijk dat andere diersoorten (jakhals, dingo en de coyote ) bij het kruisen van invloed zijn geweest bij het ontstaan van de rijke variatie honden.
W aar het hondenras precies begonnen is, als dat al één plek zou zijn, is moeilijk te zeggen. Het is denkbaar dat op verschillende plaatsen op aarde de samenleving met wolven een feit was. Welke volken er overwegend het hondenras hebben gevormd is ook wazig. Je zou kunnen zeggen dat je kunt terug gaan naar de laatst beschreven geschiedenis waar een hond in zichtbaar is of wordt beschreven, maar dan vergeet je even de ongeschreven geschiedenis. Dat er in Egypte al in de tijd van Farao Toetanchamon met jakhalsachtige honden werd gejaagd wil niet zeggen dat daar de oorsprong ligt. Ook de Romeinen zullen hun invloed gehad hebben op honden. Ook de Kelten, een volk dat vanaf 800 v CHR (begin van de Ijzertijd)leefde, verspreidden zich vanuit de
Alpen over Europa en hebben waarschijnlijk ook een rol gespeeld bij de verspreiding van
hondenrassen. Zij leefden enerzijds van de jacht, maar ook van de landbouw. De
Keltische God Epona werd veel afgebeeld met een hond. (Zie foto hieronder)
Vanaf de Middeleeuwen
vinden we veel informatie over zogenaamde ‘vogelhonden’. Deze honden werden
speciaal getraind voor de jacht met vogels, zoals haviken en valken.
‘Vogelhonden’ was een verzamelnaam voor honden die gebruikt werden tijdens de
jacht met vogels en stond niet voor een bepaald ras. Deze honden worden
beschouwd als de voorlopers van onze huidige jachthondenrassen. Illustratie hondenjacht Frankrijk, uit het boek van Count Jacques du Fouilloux uit 1560, met de titel: "La Vernarie" (kunst van de Jacht). Fouiloux schrijft de 'Kunst van de Jacht' op het moment dat er in G.B. nog geen hertenjacht en vossenjacht bestond.
Toen het geweer werd uitgevonden in 1620 kwam er een omwenteling in de jachtmethoden en het gebruik van de jachthond. Het voorstaan van honden, waarbij de hond, zodra deze wildgeur in de neus krijgt, in een soort extase, het wild met soms opgetrokken poot voorstaat, aanwijst en fixeert, werd vanaf die periode getraind. Maar niet alleen ‘staande’ honden werden gebruikt voor de jacht. Ook het binnenbrengen van geschoten wild, het apport, was belangrijk en er werd ook gejaagd met drijvende honden, die het wild opsporen en uit de dekking drijven. Brakken (zie foto hieronder)
werden gebruikt bij de
zogenaamde
‘lange jacht’ en met meutehonden werd het wild achtervolgd. Vanaf
ongeveer 1900 werden honden voor de specifieke jachteigenschappen gefokt. Vanaf
die periode ontstaan de meeste jachthondenrassen.
Naast het belang van een
hond bij de jacht, ontstond er in de middeleeuwen ook het beeld van een hond als
statussymbool. Mensen gingen bewust honden kruisen, waardoor de variatie groot
werd. Had de hond een snelle blaf bij het betreden van een terrein, dan was hij
geschikt als waakhond, ving hij zelfstandig veel muizen en ratten, dan had hij
een goede jachtinstelling. Belangrijk bleef ook toen het praktische nut van een
hond. In het begin van de 20e eeuw, eigenlijk vanaf de 1e
Wereldoorlog, werden de grotere honden gebruikt bij het vervoeren van kleine
kanonnen. Ze maakte immers geen geluid hierbij, in tegenstelling tot de eerste
militaire voertuigen die in die tijd ontwikkeld werden.
Bovendien waarschuwden ze
veel beter voor vijandelijkheden dan welke soldaat dan ook. Ook gaven ze de
nodige afleiding en gezelschap tijden deze ellendige tijden. Vanaf deze oorlog
ook waren vooral de terriërs de mascottes van de Engelsen in de loopgraven.
(Natuurlijk hadden ze ook hun ongedierte verdelgingsnut in die loopgraven!)
Foto uit een Brits Tijdschrift tijdens de 1e
Wereldoorlog. Terriër gaat voluit achter een rat aan. Bovenaan de
foto:"Rattenvangen: Een nieuwe sport in de loopgraven." Een
hond was trouw en waakzaam. Bovendien aten ze afval op en ongedierte. In de 1e
WO werden er op allerlei manieren proeven gedaan met het gebruik van honden.
Bijvoorbeeld voor het opsporen van de vijand, maar ook al als hulphond, om in
het veld verband materialen en medicijnen te dragen en te brengen. In
franse loopgraven worden ook Terriërs gebruikt bij het rattenvangen.
Het ‘mascotte’ zijn
van een hond, speelt tot op vandaag de dag een rol bij het kiezen van een hond.
Frappant eigenlijk, want waarom wil iemand dat anderen weten en zien dat je een
bepaald soort/ras hond hebt. Theoriën dat iemand een hond kiest die het best bij
die persoon past zijn wel verklaarbaar, maar daarmee nog niet waar. Zou het niet
zo zijn dat de mens nogsteeds een hond kiest zoals deze 14000 jaar geleden zijn
nut had, namelijk hoe je als persoon en als groep naar anderen overkomt. Kun je
er wat mee wanneer je wordt aangevallen of ligt te slapen, maar vooral ook zien
anderen dat en houden ze hier rekening mee?
Er zijn immers mensen die
zich schamen voor anderen wanneer ze met een Chiwawa op de hand over straat
moeten. De ander voelt zich met een Pitbull een “stoere” jongen, of wanen zich
veilig in huis wanneer er een gebit door de brievenbus schijnt. Zonder voorbij
te gaan het karakter van verschillende honden heeft alleen al het hebben van een
hond, zonder deze voor écht nuttige doeleinden te gebruiken, een verklaarbaar
nut. Kortom ook al jagen we er niet meer mee en kiezen we voor een witte of een
bruine, de persoon die hem kiest geeft het beestje een plaatsje in de roedel
waar zijn baasje al in leefde. De omgeving zal zich hieraan aanpassen en zien
dat “het past”.

He
jacht is door de eeuwen heen een hele belangrijke factor geweest in het houden
van honden. Er bestaan beschrijvingen uit 430 v.Chr. van honden die geschikt
waren voor de jacht. In de tijd van de Galiërs (beschrijft Arrianus in 115 na
Chr) over jachteigenschappen van sommige honden waardoor vangnetten overbodig
waren. Zelfs al in de tijd van het oude Egypte, ten tijde van Farao Toetanchamon,
werd met snelle, jakhalsachtige honden, gejaagd op gazellen. En in onder andere
het Midden-Oosten, werd gejaagd met windhonden die de prooi voor hun baas
vingen.
Fragmentvertaling uit het boek van P.Burns

Windhonden jagen op het zicht (chasser à vue), door hun grote snelheid achterhalen zij het wild en bemachtigen het. Deze vorm van jagen werd vooral toegepast door de arme mensen, om ook eens vlees in de pan te krijgen. Deze vorm van jagen is bij wet verboden. De brakkenjacht daarentegen niet. Brakken drijven het wild alleen maar op, door het spoor (scent) te volgen met hun neus. Essentieel is dat zij langzamer zijn dan het opgestoten wild. Deze vorm van jagen is de lange jacht, die niet -zoals velen denken- verboden is. (zie Jachtwet artikel 22 lid 1 sub b). Brakken horen tot de rasgroep lopende honden, maar hebben ook hun invloed op de rasgroep staande honden aangezien de brak vaak als kruising is gebruikt.
Video:
Lange Jacht 1930 "Tally Ho" (=
"Dáár is hij")

Belgische honden met een kanon op een hondentrekkar
tijdens de 1e Wereldoorlog. Honden werden hiervoor ingezet omdat ze niet zoveel
lawaai maakten als een motorvoertuig uit die tijd. Ook gaven ze afleiding en
gezelschap.
Resultaat
van 15 minuten met een paar Jack Russell Terriérs in een loopgraaf.
.jpg)



















